Veelzijdig naar de top
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Verleiding op het zweetspoor

Uit: Hoofdstuk 8 - Nazoek op grofwild: de training

 

Verleiding op het spoor
....Bij het leggen van een officiële Zweetspoorproef F (500m, 20–24 uur oud) wordt verleiding niet bewust ingebracht. Maar ja, het spoor wordt wel in een gebied gelegd waar schaalwild voorkomt en waar waarschijnlijk allerlei ander wild aanwezig is. Het spoor ligt er minstens 20 uur te wachten voordat het door de hond uitgewerkt gaat worden. De kans dat het in die periode dan door wild gekruist werd, of misschien bijvoorbeeld door een vos een stuk gevolgd, is niet alleen denkbaar maar zelfs waarschijnlijk. Er kan een loslopende hond bij het spoor geweest zijn. Er kan ook wild in de buurt zijn terwijl de hond het spoor aan het uitwerken is. Als je hond lucht krijgt van deze verleidingen zijn de poppen aan het dansen. Het gedrag (de lichaamstaal) verandert op slag. De hond wordt plotseling drukker in zijn bewegingen; staartactie intensiveert; hij gaat in de lijn hangen; als het om vos gaat kan het zijn dat de nekharen omhoog komen; als een konijn kort geleden hier passeerde kan hij zelfs gaan blaffen (‘luid geven'). Per hond zal de reactie verschillen. Hoe dan ook, van aandacht voor het zweetspoor is geen sprake meer. Het is dus niet onverstandig om
1. zelf te leren onderkennen dat (en hoe) jouw hond op verleiding ingaat, en
2. hem te leren dat niet te doen.
....Nu is er een theoretisch probleem. Het is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aan te nemen dat een dood stuk wild nooit een vluchtspoor van een gewond ree zal kruisen. Wild dat toevallig het spoor heeft gekruist ruikt trouwens ook anders, geen stress, gewoon gezond....
 
....Weer moeten we met kunstgrepen genoegen nemen. Het ligt voor de hand om als verleiding een kruisend spoortje
 
foto: Wilhelm Heinrich
te leggen met dood wild – wild dat hij in andere situaties geleerd heeft prompt binnen te brengen. Staat dit dan niet volkomen haaks op zijn werk als apporteur?....
 
....De hond mag gewoon nooit op verleiding van welke soort dan ook ingaan. Kunstmatige verleiding aanbrengen is daarom in de eerste plaats een wezenlijk onderdeel van het leren lezen van je hond. Jij moet direct kunnen zien dat hij fout zit. En dan maakt het niet uit welk wild je ervoor gebruikt....
 
....Waar het om gaat is dat je ziet dat de hond de verleiding aanneemt. En dat jij het ziet op het moment dat hij het doet. Je moet leren zijn reactie op verleiding prompt als zodanig te herkennen. Want je moet direct, ogenblikkelijk, ingrijpen. Je stopt tijdig, zodat je zelf nog een meter of vier voor het (goed gemarkeerde!) kruisspoor staat. Dan zou hij dus nog een paar meter het verkeerde spoor kunnen gaan volgen, maar meer ook niet. Vaak komt je hond dan zelf al terug en wil het juiste spoor weer opnemen. Dan is 'ie dus hartstikke braaf.....
 
Verleiding op het zweetspoor aanbrengen
 
 
 
....Let wel, je hebt niks gezegd totdat je hem ‘braaf' kon noemen. De correctie op zich was zonder woorden. Geen ‘foei' of ‘nee'. Alleen maar stoppen en hem een beetje ruimte geven zichzelf te corrigeren. Als hij zichzelf niet corrigeert en steeds richting verleiding blijft trekken stop je hem met een scherp ‘nee!' en neem je hem kort aan de zweetriem volgend terug naar zeg maar 10m vóór het kruispunt, en laat je hem weer op het goede spoor gaan. Misschien moet je dit wel drie of vier keer doen, of vijf of zes keer, maar uiteindelijk zal hij snappen dat hij door moet gaan, de verleiding links of rechts moet laten liggen. Ook dan is zachte, vriendelijke stembeloning zijn deel....
 
....De volgende keren dat je een spoor legt zorg je weer voor verleiding, eigenlijk altijd. En denk er ook aan om de verleiding op een ander tijdstip aan te brengen, dus niet tegelijk met het leggen van het spoor, maar (gevarieerd) later. Een beetje creativiteit kan hier geen kwaad. Zorg bijvoorbeeld voor verschillende verleidingen: konijn, haas, fazant, vos. Laat in eerste instantie het verleidingsspoor kruisen met het spoor. Als dat goed gaat kun je allerlei variaties inbouwen, bijvoorbeeld door het verleidingsspoor een stukje met het zweetspoor mee te laten lopen. De hond moet op het zweetspoor blijven en niet het verleidingssleepje oppakken. Nog gekker: er is vast wel een buurman die bereid is een tam konijn of een kat aan een touwtje het spoor te laten oversteken. Op een goed gemarkeerd punt natuurlijk. Die buurman mag dan weer gewoon naar huis....
 

foto: Wilhelm Heinrich